Leven in de wildernis

Een paar maanden geleden zag ik dit boek al in de winkel liggen:

DSC02198

Geposeerde, kazige foto, slappe titel, duur, grote sticker: “Gezien bij Floortje Dessing!” Snel weer terug op de plank, dat ga ik niet lezen.

Toch moest het verhaal wel boeiend zijn. Miriam Lancewood verhuisde van de Achterhoek (via wat omwegen) naar Nieuw-Zeeland waar ze nu al zo’n tien jaar met haar man Peter in de wildernis leeft. Ze hebben geen huis, geen verzekeringen, en een beetje geld op de bank dat ze in de jaren voor hun vertrek verdienden. De rente, ongeveer 40 euro per maand, geven ze uit aan eten. Verder hebben ze niks nodig.

Toen ik het boek twee weken geleden van vrienden kreeg, kwam ik er niet meer onderuit. Mijn verwachting klopte. Niet zo goed geschreven, vol met clichés. “Je hele leven werken voor geld en status, jezelf op de sociale ladder omhoogknokken, nog meer spullen kopen die je eigenlijk niet nodig hebt (…) Ik wil proberen te leven zonder barrière tussen de natuur en mij”, schrijft Miriam. Ze heeft wel gelijk, maar het is ook zwart-wit en wat fantasieloos opgeschreven.

Gelukkig is het verhaal uniek genoeg om interessant te blijven. Miriam beschrijft de overgang naar hun wilde leven nadat ze haar baan als sportdocent heeft opgezegd. Het begint als een experiment. Peter en zij laten zich in de winter bij een wandelhut in de bergen afzetten met emmers proviand en een tent. Ze leven in harmonie met de ratten in de hut, bakken hun eigen brood op houtvuur en gebruiken de rivier als badkamer. Hun nieuwe levensstijl zorgt in het begin voor veel onrust en onzekerheid, maar dat verdwijnt geleidelijk. De dagen vullen zich dan vanzelf met leven. Na drie maanden is het eten op en gaan ze lopend en liftend terug naar de bewoonde wereld. Daar blijven ze hooguit een paar dagen om voorraden in te slaan en bij te praten met vrienden, waarna ze verder trekken.

dsc07863

Van de mensen die ze onderweg ontmoeten krijgen ze steeds nieuwe, wilde plekken aangeboden om een tijd te leven. Zo heeft Miriam alle ruimte om haar skills te ontwikkelen. Want, zoals vriend Mark uitlegt: “Als de pleuris uitbreekt is geld niks meer waard en moet iedereen zichzelf maar zien te redden.” Daarom leert ze jagen, groenten verbouwen, eetbare planten herkennen en huiden looien om dekens en jassen van te maken. Ze krijgt het allemaal vrij snel onder de knie. Maar echt zelfvoorzienend leven is lastig. Nadat ze een aantal jaar semi-permanent rond hutten hebben gewoond, besluiten ze een langeafstandsroute van 3000 kilometer te lopen. Miriam moet dan eens in de zoveel tijd naar een stad liften om meel, bonen en rijst te kopen.

Zit Peter ondertussen op zijn kont? Nee, maar Miriam is jong, dertig jaar jonger, en heeft net iets meer energie. Van dat leeftijdsverschil wordt door verschillende mensen trouwens een enorm punt gemaakt. Maar die mensen hebben het boek niet gelezen. Miriam en Peter willen hetzelfde leven, kunnen dat samen doen en voelen zich tegelijkertijd hartstikke vrij. Niks meer aan doen, zou ik zeggen.

Ware vrijheid is een belangrijk thema, vooral waar die gewonnen wordt op de “betekenisloosheid van een kantoorbestaan”. “Ik kon amper bevatten dat we op zo’n prachtige plek mochten wonen, en dacht: waarom zou ik ooit weer in een huis in een stad willen wonen waar ik word geregeerd door de klok, geld en sociale verplichtingen?” Dat klinkt fantastisch, maar ik krijg hier ook een beetje (heel erg) de kriebels van. Natuurlijk is het leuk en bevredigend om in de wilde natuur te leven, en inderdaad is de maatschappij in veel aspecten absurd en inspiratieloos. Maar als je de humor en betekenis van een kantoorbestaan niet kunt zien, hoe vrij ben je dan?

Tegelijkertijd is het boek geestverruimend. Wat een matig verhaal lijkt over een alternatief bestaan van A tot Z, is ook het verhaal van iemand die de onzekerheid van het leven voorbij is. Miriam wijdt hier (gelukkig, want het zit weer vol clichés) niet al te veel woorden aan: “Ik deed op dat moment niets bijzonders, maar opeens kreeg ik het gevoel dat de bliksem in mijn hoofd was ingeslagen. (…) Ik zag dat alles, ook mijn eigen geest, voortdurend transformeerde (…). De wereld was kristalhelder geworden en ik zag alles ongefilterd op een hele directe en niet-geconditioneerde manier.” Ze had het niet hoeven uitleggen, want je leest het tussen de regels door. Als iemand zijn denken verder heeft opgerekt dan de dagelijkse beslommeringen, krijg je al lezend automatisch wat van die sfeer mee.

En die sfeer blijft de hele dag om je heen hangen, daarom zou je zo lang mogelijk over het boek moeten doen. Als je dan weer landt in de betekenisloosheid van je kantoorbestaan, is Mijn leven in de wildernis uiteindelijk vooral een verzameling doe-het-zelf-ideeën. Je kunt in een jaar leren jagen en aan kou en onzekerheid wennen. Je kunt zo sterk en handig worden dat je een zware bergtocht van 3000 kilometer overleeft. Je hoeft niet alleen te zijn, en behulpzame mensen zijn overal. Dat je er gelukkig van word, wist ik al. Maar dat het kan, en dat het op veel verschillende manieren kan, is opwindend.

Als je van filmpjes houdt, kun je hier naar Floortje en Miriam kijken:

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s