Waarom ik alleen reis

Een trektocht gaat vaak over mooie plaatsen, routes, de kilometers die je maakt en de spullen die je meeneemt. Maar ik zoek meer, of iets anders: de ruimte om mijn grenzen en ideeën te onderzoeken. Dat gaat het beste in een leeg landschap met weinig gezelschap. Voordat ik mijn tent inpak, vraag ik me af:

  1. Is er voldoende natuur?;
  2. Waarin ik een tijdje kan verdwijnen? En;
  3. Is het niet te onveilig?
20160224_075522
Leeg landschap

Als het stil is, worden vragen ineens helder. In een leeg landschap kom ik niemand tegen, dus is er geen afleiding, geen gesprek om gaande te houden en hoef ik nergens een mening over te hebben. Mijn zintuigen worden scherper, ik heb meer aandacht voor de omgeving. De dagelijkse blabla neemt af en op een gegeven moment kom ik dan mijn eigen gedachten en gevoelens tegen. Het buitenleven voorkomt dat ik wegzweef in ongezonde emotionele situaties, het is een goeie praktische tegenhanger. Ik moet eten, slapen en navigeren.

Denken, voelen en doen zijn dus mooi in evenwicht als je alleen door een landschap trekt. Nou wil ik niet de illusie wekken dat het één groot festijn van gelukzaligheid is, want je tent waait weg of je mist je moeder. Soms is het eenzaam, soms voel je je kwetsbaar, er zijn allerlei uitdagingen, je kunt ze van tevoren niet verzinnen. Maar de euforische momenten zijn zo bijzonder dat je als een ander mens terug komt.

Als ik thuis mijn natte zooi weer uit mijn tas trek, zit daar tot mijn verrassing vaak vertrouwen, inzicht en inspiratie tussen. Het is subtieler, fundamenteler en blijvender dan dat ontspannen gevoel na een vakantie. Ik ben verliefd, maar dan met de goeie eetlust en zonder de emotionele achtbaan. Dus ga ik steeds weer.

IMG_2536
Verliefd, niets meer aan te doen
Advertenties